Het enige licht kwam van een klein kiertje onder de deur. Ik tuurde naar de plek waar het geluid vandaan was gekomen. Daar was het weer, een diepe grom. Ik durfde geen stap te verzetten. Terwijl ik daar stond drong een verschrikkelijke stank mijn neusgaten in. Alsof er al weken iets lag te rotten. Misselijk en in paniek draaide ik me om en begon op de deur te bonken. Mijn gegil weergalmde door de gesloten ruimte. Ik kon geen kant op.